Wanneer je aankomt op Curaçao International Airport, word je begroet door de warme bries en vriendelijke glimlachen. Ook zie je een bord met de tekst ‘Bon Bini’, wat ‘Welkom’ betekent in de lokale taal, het Papiaments.
Curaçao wordt geprezen om zijn zandstranden en kosmopolitische flair. Wat ook uniek is aan het eiland, is dat de lokale bevolking veel talen spreekt. Hoewel Nederlands de officiële taal is en Engels en Spaans veelvuldig worden gesproken, is een mix van Spaans, Portugees, Nederlands, Frans, Engels, Afrikaans en Arawak-Indiaans — genaamd Papiaments — de voertaal op de Benedenwindse Eilanden Curaçao, Aruba en Bonaire. Het is een van de weinige creooltalen die tot op de dag van vandaag bewaard zijn gebleven.
Het Papiaments is gebaseerd op woorden uit Spaanse en Portugese woordenboeken. Historici geloven dat het Papiaments, afgeleid van het Portugese ‘papear’ (spreken), in de 17e eeuw is ontstaan als communicatiemiddel tussen West-Afrikaanse slaven en hun Portugese meesters. Tegenwoordig wordt het Papiaments door iedereen in het Caribisch deel van het Koninkrijk gesproken en hoewel verschillende naties Curaçao door de jaren heen hebben bestuurd, blijft het Papiaments de belangrijkste taal die door de lokale bevolking wordt gesproken.
Bezoekers die Spaans, Frans of Nederlands spreken of begrijpen, kunnen snel een paar zinnen in het Papiaments leren. Zoals ‘kon ta bo nòmber?’, wat “hoe heet je?” betekent, of ‘mi ta bon danki’, wat zich vertaalt naar een simpel ‘met mij gaat het goed, dank je’. En het woord ‘dushi’, dat je gebruikt om de aandacht van je geliefde te trekken.
Taalkundigen geloven dat eilandbewoners een instinctief gevoel voor talen hebben, omdat woorden en zinnen uit verschillende talen vaak in één gesprek te horen zijn. Taxichauffeurs, gidsen en hotelpersoneel leren hun gasten graag een paar zinnen, terwijl toeristen met ‘savoir-faire’ ervan genieten om de krant van het eiland in het Papiaments te lezen.